Gemeente Den Haag: Hoe persoonlijke begeleiding de sleutel tot succesvol
EVC kan worden!
In 2008 is door de
dienst SZW van de gemeente Den Haag een pilot uitgevoerd om ervaring op te doen
met het meten van Eerder Verworven Competenties (EVC). In totaal zijn 105
ID-medewerkers (instroom en doorstroom) beoordeeld op hun werkervaring. Dat
leverde 74 mbo- diploma’s op en 42 mbo-deelcertificaten. De resultaten zijn
boven verwachting. Er is dus alle aanleiding om over de achtergrond van EVC, de
werkwijze in deze pilot en verdere toepassingen voor de doelgroep WWB (Wet Werk
en Bijstand) van gedachten te wisselen.
Doelstelling
De gemeente Den Haag wilde weten of EVC-methoden op termijn
toegevoegd kunnen worden aan de bestaande werkwijzen en methodieken in de brede
voorziening van ‘Startbaan’ : de lokale re-integratievoorziening. De gemeente
wilde antwoord op de volgende vragen:
1. Komen
klantperspectieven beter in beeld met behulp van EVC?
2. Kan EVC
een start betekenen voor de loopbaanontwikkeling van ID’ers en op termijn voor
een bredere doelgroep WWB’ers?
Doelgroep
Er is gekozen voor de doelgroep van ID-medewerkers. De
gemeente Den Haag beëindigde per december 2008 de subsidie en heeft daaraan
voorafgaand een uitstroomproject opgezet om de ID-ers naar regulier werk te
begeleiden. De ID-medewerkers werkten vaak bij welzijnsinstellingen en bij
scholen. Door de langlopende subsidie hebben de ID-medewerkers de kans gekregen
om veel werkervaring op te doen. Dat was precies de aanleiding om voor deze
doelgroep te kiezen. Een meting van Eerder Verworven Competenties wordt vooral
ingezet als iemand werkervaring heeft. De kans is dan groot dat er flink wat te
verzilveren is.
De geselecteerde groep ID-medewerkers met recente
werkervaring heeft het mogelijk gemaakt om een EVC-procedure in te zetten voor
deze pilot. Veel andere WWB-klanten hebben vermoedelijk een dergelijke
(recente) werkervaring niet. De pilot mikt dus op het bovensegment van klanten
in het bestand van de Sociale Dienst.
Betrokken partijen
1. De
werkgevers van de ID-medewerkers.
2. Randstad
HRS, dat een contract had om de ID-ers naar ander werk te begeleiden.
3. ROC
Mondriaan dat de EVC-procedure uitvoerde.
4. De
gemeentelijke projectmanager van het uitplaatsingsproject ID-ers.
De rol van de dienst SZW was om de partijen te betrekken in
het plan, de financiering te regelen van de EVC en het evalueren van de
ervaringen.
Op afstand heeft de vakbond ABVAKABO FNV mee gekeken in de
aanpak en vragen gesteld over de mogelijkheid om voor meer mensen de
EVC-procedure toegankelijk te maken. Ook de kwaliteit van het overgangsproces
van gesubsidieerd werken naar een niet-gesubsidieerde werkgever heeft de nodige
aandacht gekregen.
De selectie van kandidaten
Randstad HRS heeft op basis van eigen intake-gegevens kandidaten geselecteerd die in aanmerking
kunnen komen voor een EVC-meting. In overleg met de beleidsmedewerker van de
dienst SZW en ROC Mondriaan zijn de kandidaten doorgesproken en aangemeld bij
het leerwerkloket van ROC Mondriaan.
Groepsgewijze
voorlichting
In groepen van 20 tot 30 kandidaten is door ROC Mondriaan
een voorlichting over de procedure uitgevoerd. Meestal in aanwezigheid van de
beleidsmedewerker van de gemeente. In die voorlichting vragen de kandidaten
veel aandacht voor zichzelf. Op de achtergrond spelen allerlei onzekerheden:
‘Vind ik wel een baan?, Ik wil helemaal niet weg, Waarom moet ik weg? Heeft
zo’n procedure wel zin? Ik heb helemaal niets te bieden, Wat kan ik nou? Weet
je wel hoe oud ik ben? Hoe schrijf ik het allemaal op? Wat is dan werkervaring?
Kan de gemeente nou niet gewoon een ander baantje aanbieden?’ En veel varianten
hierop. De ervaring leert wel dat die vragen ook aandacht nodig hebben voordat
de kandidaten zich openstellen voor nieuwe vragen. Het besluit van de gemeente
om te stoppen met subsidiering van hun banen laat eigenlijk geen ruimte om met
de kandidaten mee te denken over wat geweest is. ROC Mondriaan heeft door met
de kandidaten optimistisch naar de toekomst te kijken in alle gevallen de
overgang naar de EVC-procedure weten te maken.
Individuele
opdracht
Als de kandidaat besluit om mee te doen, wordt er een
aanmeldingsformulier ingevuld. Tegelijk wordt in een individueel gesprek vastgesteld
in welke vakrichting en op welk niveau het benodigde portfolio zal worden
opgebouwd. In het gesprek wordt de klant aangestuurd om in de eigen
werkhistorie te duiken. Er worden tips gegeven waar informatie te vinden is,
maar ook wat voor soort informatie als bewijs kan dienen van een bepaalde
werkervaring. Ook is benadrukt dat de huidige werkgever een belangrijke rol kan
spelen in het openleggen van de werkervaring.
Huiswerk en begeleid
huiswerk
De klant gaat met de lege portfolio onder de arm terug naar
de werkgever. Er is een aantal lijnen waarlangs de klant informatie kan
ophalen. De huidige werkgever kan verklaringen uitschrijven of verklaringen die
de klant over het eigen werk schrijft ondertekenen. De beschikbaarheid van een
actieve contactpersoon bij de werkgever is zeker van belang om tot een goede
beschrijving van werkervaring te komen. In sommige gevallen kunnen we
constateren dat de werkgever een onevenwichtig en soms - onterecht - somber
beeld heeft van de competenties die de werknemer feitelijk heeft. De grote
aantallen diploma’s en certificaten die de EVC-procedure opleverde zijn voor
sommige werkgevers zeker een verrassing geweest. Men had minder kwaliteit
verwacht.
Ook Randstad heeft de ID-medewerkers goed bijgestaan in de
procedure, door met hen te praten, te ondersteunen bij het schrijfwerk en door
te zorgen voor de toegankelijkheid van de gegevens in de portfolio. Dat
gebeurde in groepsbijeenkomsten en door individuele begeleiding.
De klant moet soms bewijzen verzamelen die ver weg zijn
(moederland) of lang geleden zijn opgebouwd, waardoor het bewijs niet
gemakkelijk te achterhalen is. Het is fijn dat bewijzen zoals foto’s van
bijvoorbeeld groepsactiviteiten uit het verleden mee kunnen tellen als deel van
een bewijs.
In sommige gevallen kan het succesvol doorlopen van een
practicum het benodigde werkervaringsbewijs opleveren.
ROC Mondriaan heeft de klanten een aantal keren terug laten
komen om de tussenresultaten te bespreken. Dat is een belangrijke stap voor
klanten die een zetje nodig hebben om de procedure binnen de gestelde tijd van
zes weken te voltooien. Zonder de regelmatige en soms intensieve begeleiding
van ROC Mondriaan was de EVC-procedure niet succesvol verlopen.
Scheve opbouw van
competenties
In de procedure zijn veel allochtonen opgenomen. Het goed
functioneren in de praktijk wordt in sommige gevallen niet vergezeld van een
vergelijkbaar taalniveau. Dat is lastig in de procedure. We zijn immers gewend
om snel een oordeel te vellen over mensen op basis van hun verbale kwaliteiten.
Zo gaat dat bij sollicitatiegesprekken. Maar ook bij het beschrijven van
werkervaring in een portfolio. De verwachting is dan dat het talig functioneren
een goede voorspeller is van het praktisch functioneren. Dat blijkt dus zeker
niet in alle gevallen zo te zijn. Een bepaalde kandidaat bleek in staat om
groepen jongeren met een scala aan moedertalen aan zich te binden en met succes
te begeleiden in sportactiviteiten, terwijl zijn Nederlandse taalvaardigheid
duidelijk versterking behoefde. De werkervaring was hier verborgen, maar bleek
van goede kwaliteit te zijn. Ook zijn er voorbeelden van klanten die op enkele
onderdelen van een bepaald profiel geen werkervaring hadden opgedaan.
Bijvoorbeeld voor EHBO. Een korte aanvullende cursus lost dat probleempje dan
op.
De kosten
ROC Mondriaan brengt een bedrag van € 1100,- in rekening per
deelnemer. De dienst SZW van de gemeente Den Haag heeft de kosten voor de
deelnemers voor haar rekening genomen.
Van werk naar werk
Randstad ging aarzelend aan de slag met het selecteren van
kandidaten voor de EVC-procedure. Maar na de eerste groep ontstond er veel
enthousiasme. Het EVC-proces had grote invloed op de stemming in de groep.
Gevoelens van onzekerheid onder de ID-ers werden voor een deel omgezet in groot
enthousiasme. Ook andere ID-ers wilden de procedure in. Naast dat stimulerende
psychologische effect: ‘Ik kan echt
wat!’, werd ook duidelijk dat Randstad de kandidaten beter onder de aandacht
van werkgevers kon brengen. Een recent behaald diploma in handen van een dame
van 45 jaar of een heer van 52 doet het goed. De achterliggende boodschap is
dat deze mensen kunnen leren en wellicht ook nog kunnen doorleren. Dat is
bijvoorbeeld in de contacten met zorginstellingen van groot belang gebleken.
Randstad heeft zodoende meer deuren kunnen openen bij werkgevers.
Wat hebben we geleerd
van de pilot?
1. Inzicht in het bestand en het gebruik van EVC
Met het meten van eerder verworven competenties (EVC) wilde
de gemeente goed inzicht krijgen in het klantenbestand van de dienst SZW. Veel
WWB’ers hebben een rommelig opleidings- en werkverleden. Aangepaste methodieken
zoals de praktijkkaarten helpen om daar toch lijn in aan te brengen. De
landelijk beschikbare EVC-instrumenten mikken echter op mbo-kwalificaties. Het
meten van ‘voorliggende competenties’ - dus onder het mbo-niveau - is voor de
aanpak van dit bestand zeer belangrijk. Het gaat dan bijvoorbeeld om
persoonlijke competenties om een baan te kunnen krijgen en vast te houden. Vaak
gaat het dan om arbeid op half geschoold of ongeschoold niveau.
Conclusie: voor het bestand onder mbo-niveau zou de gemeente
Den Haag graag een aangepast instrumentarium zien om EVC breed in te zetten bij
WWB-klanten. Dat ontbreekt nu.
2. EVC-procedure met de ID-klant vergt veel persoonlijke
zorg
De ID-klantengroep
heeft in vergelijking met beter opgeleide mensen (MBO+) , meer persoonlijke
aandacht nodig in het EVC-proces. De zorgen die het overgangsproces van baan
naar baan met zich meebrengen, worden sterk zichtbaar en vragen om coaching en actieve begeleiding.
De gemeente Den Haag heeft in deze pilot
steeds een coachende rol gehad naar de partners (Randstad en Mondriaan)
om bij te sturen. Het (EVC-)aanbod en de
klant bij elkaar brengen koste soms nogal wat moeite. Al vanaf de start van de
pilot is de gemeente daarom aanwezig geweest bij voorlichtingsbijeenkomsten van
Mondriaan en er vond regelmatig overleg plaats tussen gemeente en Mondriaan.
Aansturen op de persoonlijke zorgen van de klant is nodig voor een succesvolle
EVC-procedure van ID-ers en zeker voor WWB-ers in het algemeen.
Conclusie: EVC levert meer rendement op als er meer
individuele aandacht is en er intensiever wordt begeleid. Dat geldt voor
ID-klanten en zeker ook voor WWB-klanten.
3. Pareltjes duiken
De resultaten van EVC zijn soms boven verwachting.
Werkervaring wordt blijkbaar vooraf niet altijd goed ingeschat door consulenten
en werkgevers. De rol van de onafhankelijke assessor in EVC en een
onafhankelijke meting is dus van groot belang. Dit blijkt vooral in de
uitplaatsing van randstad van de ID’ers naar werk. Met diploma (voorafgegaan
door EVC) blijken mensen beter plaatsbaar op de arbeidsmarkt.
Conclusie: In het WWB-bestand en in het grotere
Werkpleinbestand zijn grote aantallen klanten te vinden die via een korte procedure van zes weken, voor
weinig geld (€ 1100,-) een mbo-kwalificatie halen. Zodoende kan aan
langdurig openstaande vragen op de arbeidsmarkt tegemoet worden gekomen. Een
gestructureerd interview over werkervaring is een goed hulpmiddel om de
kandidaten te selecteren voor de EVC-procedure.
4. Met de werkgever en werknemer vooraf goed doorpraten over
o.a. afspraken over inschrijving, recht op vervolgscholing, praktische
afspraken en bekostiging.
Conclusie: EVC kan een goede start zijn voor de verdere
ontwikkeling van de klant/werknemer.
5. Re-integratievoorzieningen zijn in veel gevallen nog niet
bedacht om systematisch aan de slag te gaan met het opdoen van relevante
(erkende) werkervaring. Er valt nog veel winst te behalen in alle vormen van
gesubsidieerde arbeid, maar ook in de voorzieningen in het kader van
participatie. Gericht inkopen van voorzieningen waarin met name aandacht
besteed wordt aan het vervolmaken van de competenties van de klant voor een
beroepsprofiel, draagt bij aan de effectiviteit van die
re-integratievoorzieningen.
Conclusie: de inkoop van re-integratievoorzieningen kan
worden versterkt door te formuleren dat
de aanbieder gericht moet werken aan competentie-ontwikkeling en de
toetsing van die ontwikkeling.
6. De inhouden van de Startbaantrainingen kunnen versterkt
worden door deze te ijken op de specifieke wensen van werkgevers. Zodoende
kunnen die trainingen een erkende status krijgen en kan er in de
Startbaantrainingen een meting plaatsvinden van de daar verworven competenties.
Dat valideert de uitvoering en versterkt de band met de afnemende werkgevers.
Op deze manier ontstaan er EVC-tools die geschikt zijn voor de WWB-populatie op
weg naar werk.
Conclusie: De Startbaantrainingen kunnen beter functioneren
richting markt als zij een erkende status verwerven door toevoeging van
EVC-tools.
7. Gericht werkervaring laten opdoen als voorloper van
een EVC-meting, is een praktische weg
naar kwalificatie en diplomering, voor kandidaten die wel kunnen leren, maar
daar tot nu toe niet voor kozen. Bijvoorbeeld schoolverlaters.
Welke zaken zijn ook
door anderen te gebruiken? Materiaal, methodiek etc.
Er zijn cd-roms ontwikkeld die voor laag opgeleiden een
prima houvast geven voor informele toetsing en opleiding. Meer informatie
daarover en over deze pilot:
De heer J. van den Enden, gemeente Den Haag, szendej@szw.denhaag.nl.
Reflectie vanuit het Kenniscentrum EVC
Met de methodiek van de praktijkkaarten lijkt Den Haag een
instrument gevonden te hebben wat werkt voor de doelgroep WWB’ers. In een
oriëntatie op EVC bieden deze kaarten een prima houvast om te bezien in welke
richting er gezocht moet worden als het gaat om het verbinden van ervaringen
van de kandidaat aan een standaard. De samenwerking met het leer- werkloket van
Mondriaan heeft gezorgd dat EVC hier de
rol vervult heeft van intake instrument voor de te volgen opleiding met
uitstekende resultaten voor de ID-kandidaten. Kanttekeningen zijn er ook.
Begeleiding van de kandidaat is een punt van aandacht evenals de meetlat onder
MBO 2 niveau. Voor de motivatie van kandidate uit de WWB lijkt het aan te
bevelen om de mogelijkheid van meten op een lager niveau te onderzoeken. Al met
al is Den Haag een mooi praktijkvoorbeeld waarbij gesubsidieerde arbeid met
behulp van EVC leidt tot het behalen van een regulier mbo-diploma.
Bekijk
de filmportretten.